← Alle artikelen

Van het aardgas af: hoe verloopt de wijkgerichte aanpak?

28 juli 2026 · 6 min lezen

Van het aardgas af: hoe verloopt de wijkgerichte aanpak?

Wat betekent de wijkgerichte aanpak?

De wijkgerichte aanpak is de manier waarop gemeenten in Nederland werken aan het afbouwen van aardgasgebruik. In plaats van per huis een losse keuze te maken, kijkt de gemeente vaak per wijk of buurt naar een haalbare oplossing voor verwarming, warm water en soms koken. Dat kan een warmtenet zijn, maar ook een andere collectieve of individuele oplossing.

Voor jou als bewoner betekent dit dat de overstap van aardgas niet alleen afhangt van je eigen woning, maar ook van de plannen voor de hele wijk. Gemeenten maken hiervoor meestal een warmteprogramma, waarbij zij kijken naar bebouwing, isolatie, netcapaciteit, kosten en uitvoerbaarheid.

Als je wilt weten hoe een warmtenet zelf werkt, lees dan ook wat is een warmtenet.

Waarom wordt er wijkgericht gewerkt?

De wijkgerichte aanpak is ontstaan omdat de overgang van aardgas in bestaande wijken complex is. Woningen verschillen sterk in bouwjaar, isolatie en type installatie. Ook de ruimte in de straat, de ondergrond en de ligging van warmtebronnen spelen mee. Daardoor is het vaak efficiënter om op wijkniveau te plannen dan om alle woningen apart te benaderen.

Gemeenten moeten daarbij rekening houden met landelijke doelen voor verduurzaming en met de praktische gevolgen voor bewoners. Een wijkgerichte aanpak kan helpen om keuzes beter af te stemmen op wat technisch en financieel haalbaar is. Tegelijk is het geen garantie dat een wijk altijd een warmtenet krijgt. Soms wijst onderzoek uit dat een elektrische oplossing, zoals een warmtepomp, beter past. Vergelijking tussen opties lees je op warmtenet versus warmtepomp.

Hoe verloopt het proces in een wijk?

Het proces verschilt per gemeente, maar verloopt vaak in een aantal herkenbare stappen. Eerst maakt de gemeente een verkenning van de wijk. Daarbij wordt gekeken naar de huidige warmtevraag, de woningtypen, de staat van de openbare ruimte en mogelijke bronnen in de buurt.

Daarna volgt meestal een afweging tussen verschillende warmteopties. Dat kan zijn een warmtenet, een hybride oplossing, all-electric verwarming of een combinatie daarvan. In die fase worden ook de kosten, de planning en de uitvoerbaarheid onderzocht. Bewoners kunnen in deze periode informatiebijeenkomsten, participatieavonden of enquêtes tegenkomen.

Als er een voorkeursrichting is gekozen, volgt een uitwerking. Dan wordt gekeken hoe woningen kunnen worden aangesloten, welke werkzaamheden nodig zijn en hoe de fasering eruitziet. Pas later komt de uitvoering, met werkzaamheden in de straat, eventuele aanpassingen in woningen en afspraken over aansluiten of overstappen.

Welke rol heeft de gemeente?

De gemeente heeft in de wijkgerichte aanpak een centrale rol. Zij coördineert het proces, betrekt netbeheerders en warmtebedrijven, en maakt een plan voor de buurt of wijk. Ook bewaakt de gemeente de samenhang met andere werkzaamheden, zoals rioolvervanging, herinrichting van straten of vervanging van elektriciteitskabels.

Voor bewoners is de gemeente vaak het eerste aanspreekpunt bij vragen over planning, participatie en beleid. De gemeente beslist niet alleen, want ook techniek, regelgeving en afspraken met marktpartijen of publieke partijen spelen een rol. Wil je zien of jouw gemeente al beleid of een warmteprogramma heeft, dan kun je ook kijken op gemeente.

Wat betekent dit voor jou als bewoner?

Voor jou is vooral belangrijk of jouw woning daadwerkelijk wordt meegenomen in een warmteproject en wat dat betekent voor je installatie. Bij een warmtenet heb je geen keuze uit meerdere warmteleveranciers zoals bij stroom of gas. In een concessiegebied is de netbeheerder van het warmtenet ook de leverancier voor de aangesloten klanten.

In Nederland zijn de grote spelers onder meer Eneco, Ennatuurlijk, HVC en Vattenfall Warmte, voorheen Nuon. Dat betekent niet dat elke wijk door een van deze partijen wordt bediend, maar wel dat zij landelijk bekende aanbieders zijn in de warmtesector.

Het is ook belangrijk om te weten dat de warmtebron achter een warmtenet sterk kan verschillen. Een warmtenet kan gebruikmaken van restwarmte, gas, geothermie of aquathermie. De duurzaamheid hangt dus vooral af van de bron en de opzet van het systeem, niet van het warmtenet alleen.

Wat kost de overstap?

De kosten van de overstap verschillen per situatie. Voor een warmtenetaansluiting kunnen aansluitkosten gelden, en in de woning zelf zijn soms aanpassingen nodig. Denk aan het verwijderen of aanpassen van de cv-ketel, de aanleg van een afleverset of wijzigingen in de afgiftesystemen. Hoe hoog die kosten zijn, hangt af van de woning, de straat en het gekozen systeem.

Bij warmtenetten geldt sinds de Warmtewet het NMDA-principe, wat staat voor niet meer dan anders. Dat houdt in dat het tarief niet hoger mag zijn dan wat een vergelijkbaar huishouden gemiddeld kwijt zou zijn aan aardgas. De Autoriteit Consument & Markt, de ACM, houdt toezicht op deze regels. Meer uitleg vind je op warmtewet uitgelegd.

De precieze tarieven, vaste kosten en eventuele aansluitbijdragen verschillen per situatie en per regeling. Vraag daarom altijd na welke kosten voor jouw woning gelden, en of er gemeentelijke of landelijke ondersteuning is.

Welke regels en plannen spelen mee?

De wijkgerichte aanpak staat niet op zichzelf. Zij hangt samen met landelijke wetgeving en lokale besluiten. De Warmtewet uit 2014 regelt nu nog belangrijke onderdelen van de bescherming van verbruikers. Tegelijk is de Wet collectieve warmte bedoeld als opvolger van die wet, maar dat wetstraject heeft in de praktijk vertraging opgelopen. De precieze stand van zaken kan veranderen, dus het is verstandig om daarvoor de actuele informatie van de rijksoverheid te raadplegen.

Voor bewoners is vooral relevant dat regels bepalen wie warmte mag leveren, hoe tarieven worden vastgesteld en welke bescherming er is bij aansluiting. Ook de gemeente heeft een rol via het lokale warmteprogramma en de planning per wijk. Daardoor kunnen wijkkeuzes per stad of dorp verschillen.

Waar let je op als jouw wijk aan de beurt is?

Als jouw wijk in beeld komt voor de overstap van aardgas, is het verstandig om op een paar punten te letten. Vraag eerst welk alternatief de gemeente onderzoekt en waarom. Kijk vervolgens wat dit betekent voor de planning, de kosten en de technische aanpassingen in je woning.

  • Controleer of jouw woning binnen de geplande wijk valt.
  • Vraag welke warmtebron wordt gebruikt en hoe duurzaam die bron is.
  • Informeer naar de kosten voor aansluiting en woningaanpassingen.
  • Bekijk of er keuze is tussen opties, of dat een richting al is vastgesteld.
  • Let op de rol van de gemeente, de warmtepartij en de ACM-regels.

Als je wilt weten of er al plannen of infrastructuur bij jou in de buurt zijn, kun je ook de warmtenetkaart raadplegen.

Veelgestelde vragen

Moet mijn wijk altijd overstappen op een warmtenet?

Nee, dat hoeft niet. De wijkgerichte aanpak betekent dat de gemeente per gebied onderzoekt welke oplossing het best past. Soms is een warmtenet logisch, soms een andere warmteoplossing. De keuze hangt af van techniek, kosten, planning en de bestaande bebouwing.

Heb ik keuze uit meerdere warmteleveranciers bij een warmtenet?

Meestal niet. Bij een warmtenet is er in een concessiegebied doorgaans één partij die het netwerk beheert en warmte levert aan de aangesloten klanten. Dat verschilt dus van de keuze die je bij stroom of internet vaak wel hebt.

Is een warmtenet altijd duurzaam?

Nee. De duurzaamheid hangt af van de warmtebron en het systeem eromheen. Een net met restwarmte, geothermie of aquathermie kan een ander duurzaamheidsprofiel hebben dan een net dat nog grotendeels op aardgas draait. Het warmtenet zelf bepaalt dat niet alleen.

Benieuwd of jouw adres in een warmtenet-gebied ligt?

Check je adres Wat is een warmtenet?

Meer artikelen